Naar de inhoud
Inloggen
Techniek en stijl · 6 min lezen

Straatfotografie in de avond en in het donker

Iemand loopt langs een verlichte etalage. Even valt het licht op een gezicht, daarna verdwijnt dat weer in het donker.

Michiel Heijmans, redactie

Bijgewerkt op 13 oktober 2026

Begin bij een lichtbron

Een etalage, een straatlantaarn of een verlicht raam geeft je een plek om te beginnen. Kijk waar het licht terechtkomt. Op de stoep misschien, maar valt het ook op iemand die daar loopt? Dat maakt verschil als je een gezicht of houding wilt laten zien.

Je kunt eerst zonder te fotograferen bekijken hoe mensen door dat licht bewegen. Waar worden ze zichtbaar? Wanneer verdwijnt hun gezicht weer? Kies daarna je standpunt en wacht op een volgend moment. Je weet dan ongeveer waar iets kan gebeuren.

Ook reclame, koplampen en schermen kunnen licht geven. Je hoeft ze niet allemaal in dezelfde foto te verzamelen. Kies één lichtbron en onderzoek wat die doet met de mensen eromheen.

Een mooie lamp is daarbij een begin. Kijk vervolgens wat eronder gebeurt. Misschien staat iemand net buiten het licht, terwijl alleen een hand erin valt. Dat kan genoeg zijn om je foto omheen te bouwen.

Laat het donker meedoen

Je hoeft niet ieder deel van de straat even duidelijk te laten zien. Het verschil tussen een verlichte plek en de donkere omgeving kan juist de compositie dragen. Bepaal welk deel van de foto zichtbaar moet zijn om te begrijpen waar je naar kijkt.

Een silhouet werkt vanuit dat verschil. Zoek een verlichte achtergrond en kijk hoe iemand daartegen afsteekt. Let op de omtrek: kun je de houding nog herkennen? Een arm die loskomt van het lichaam kan daarin verschil maken. Verplaats je eventueel iets als vormen onhandig samenvallen.

Bij fotograferen met hard licht speelt het contrast tussen licht en donker ook een rol. In het donker kun je eveneens kijken naar de grens tussen die twee. Laat iemand eens helemaal in het licht komen en maak ook een foto op het moment dat diegene nog maar gedeeltelijk zichtbaar is.

Vergelijk daarna waar je aandacht terechtkomt. De foto waarop je het meeste ziet, hoeft niet de foto te zijn die je wilt bewaren.

Kies eerst wat de beweging moet doen

Voor lopende mensen is 1/500 een uitgangspunt als je de beweging wilt bevriezen. Alleen vraagt zo’n korte sluitertijd bij weinig licht om een hogere ISO of een groter diafragma. Je zult dus moeten kiezen wat voor deze foto belangrijk is.

Wil je een houding duidelijk vastleggen, dan heeft een korte sluitertijd een functie. Wil je juist laten zien dat iemand door het licht loopt, probeer dan een langere sluitertijd. De bewegingsonscherpte wordt dan onderdeel van wat je fotografeert.

Kijk daarbij naar de uitkomst. Is de beweging zichtbaar op een manier die past bij de foto? Of kun je nauwelijks nog onderscheiden wat je aandacht trok? Een langere sluitertijd is een keuze die je achteraf ook mag herzien.

Staat je onderwerp stil, dan kun je een langere sluitertijd overwegen om met minder licht te werken. De samenhang tussen sluitertijd, diafragma en Auto-ISO staat uitgebreider bij je camera instellen voor straatfotografie. Begin op straat met de beweging die je voor je ziet en pas je instellingen daarop aan.

Michiel Heijmans legt sluitertijd, diafragma en ISO uit in zijn artikel over de beste instellingen voor straatfotografie.

Geef Auto-ISO een bruikbare grens

Met Auto-ISO kiest de camera de ISO binnen een maximum dat je zelf instelt. Dat maximum bepaal je het best met proefopnamen. Bekijk hoeveel ruis je acceptabel vindt in je eigen foto’s. Een getal overnemen is makkelijk, maar daarmee weet je nog niet of jij tevreden bent met het resultaat.

In het donker kom je eerder aan die bovengrens. Als er dan te weinig licht is voor je gekozen instellingen, kun je een hogere ISO toestaan. Je accepteert daarmee meer ruis. Bij een onderwerp dat stilstaat kun je ook een langere sluitertijd gebruiken.

Ruis is niet automatisch een reden om een foto af te schrijven. Kijk naar de hele foto voordat je oordeel alleen nog over de korrel gaat. Wat gebeurt er? Is de houding die je wilde vastleggen zichtbaar? Dat zijn ook vragen.

Maak vooraf een paar proefopnamen met verschillende ISO-waarden. Dan hoef je tijdens het fotograferen minder te twijfelen over een grens die je eigenlijk nog nooit hebt bekeken.

Scherpstellen vraagt wat aandacht

Autofocus heeft bij weinig licht soms meer moeite. Controleer daarom of de scherpte ligt waar je die wilt hebben, zeker als je op een donkere plek steeds hetzelfde probeert. Blijven afdrukken geeft je anders vooral meer foto’s om later op dezelfde manier af te keuren.

Houd wel rekening met je diafragma: bij een groot diafragma heb je minder scherptediepte. De ruimte waarbinnen iemand scherp wordt weergegeven, is dan kleiner.

Kies dus niet gedachteloos een groter diafragma zodra het donker wordt. Je krijgt daarmee ruimte om met weinig licht te werken, maar moet ook preciezer kijken waar je onderwerp staat.

Kijk wat de lampen met kleur doen

Verschillende lampen kunnen verschillende kleurtemperaturen hebben. Daardoor kan het licht van een etalage er anders uitzien dan het licht van de straatlantaarn ernaast. Waar die lichtbronnen samenkomen, krijg je gemengd licht.

Bekijk wat dat in je foto doet. Misschien helpt het kleurverschil om iemand los te laten komen van de omgeving. Misschien trekt een gekleurde reclame zoveel aandacht dat je nauwelijks nog naar de persoon eronder kijkt. Je kunt je standpunt veranderen of wachten tot iemand in ander licht staat.

Zwart-wit is ook een mogelijkheid. Dan beoordeel je de foto op de verdeling van licht en donker, zonder dat de kleurverschillen dezelfde rol spelen. Ruis kan daarbij als korrel werken. Dat maakt niet iedere foto met veel ruis meteen geslaagd. Helaas, zo eenvoudig wordt de selectie ook weer niet.

Bij kiezen tussen zwart-wit en kleur gaat het om wat die keuze met de aandacht in je foto doet. Vergelijk beide versies en kijk wat je verliest als de kleur verdwijnt. Soms is dat precies het onderdeel waarvoor je bleef staan.

Gebruik het licht op natte straten

Een natte straat weerkaatst licht. Daardoor kun je behalve naar de lichtbron zelf ook naar het oppervlak eronder kijken. Het licht van een etalage kan zo op een andere plek in je compositie terugkomen.

Bekijk hoe een passant zich tot die weerspiegeling verhoudt. Loopt iemand erdoorheen, erlangs of precies tussen twee verlichte stukken? Kies een positie van waaruit je dat verschil kunt zien. Je kunt vervolgens wachten tot de verhouding tussen persoon en licht klopt voor de foto die je zoekt.

Bij fotograferen in de regen krijgen reflecties ook aandacht. In het donker kun je gericht zoeken naar de combinatie van een lichtbron, een nat oppervlak en iemand die daar beweegt.

Probeer ook een uitsnede waarin de lamp of etalage zelf buiten de foto blijft. Wat houdt de weerspiegeling dan nog over? Zo onderzoek je of je de lichtbron nodig hebt om de foto te laten werken, of dat het licht op straat voldoende is.

Een avond bij één etalage

Maak het oefenen klein. Kies een etalage of verlicht raam en blijf daar een tijdje kijken. Je hoeft tijdens die oefening geen hele route af te leggen. Houd ook je spullen beperkt. In het donker kijk je anders rond; besteed naast je compositie aandacht aan waar je staat en loopt.

Werk vervolgens aan één keuze. Probeer bijvoorbeeld eerst voorbijgangers scherp vast te leggen. Verleng daarna je sluitertijd en bekijk hoe hun beweging door hetzelfde licht wordt weergegeven. Laat je standpunt zoveel mogelijk gelijk, zodat je de verschillen kunt vergelijken.

Een volgende keer kun je op die plek juist op kleur letten. Je hoeft niet alle mogelijkheden op één avond te behandelen.

Bekijk thuis welke foto je wilt bewaren en welke instelling daaraan heeft bijgedragen. Misschien blijkt de scherpste foto wat saai. Misschien werkt die bewogen passant ook niet. Dan heb je voor een volgende avond iets concreets om verder te proberen.

Vragen over Straatfotografie in de avond en in het donker

Welke sluitertijd gebruik je voor straatfotografie in het donker?

Voor lopende mensen is 1/500 een uitgangspunt als je beweging wilt bevriezen. Bij weinig licht vraagt dat om een hogere ISO of een groter diafragma. Een langere sluitertijd kun je gebruiken bij een stilstaand onderwerp of om beweging bewust zichtbaar te maken.

Hoe hoog mag mijn ISO staan bij straatfotografie in de avond?

Bepaal dat met proefopnamen en kijk hoeveel ruis je zelf acceptabel vindt. Stel op basis daarvan het maximum van Auto-ISO in. Als je in het donker aan die grens komt, kun je meer ruis accepteren of bij een stilstaand onderwerp een langere sluitertijd kiezen.

Wat kun je doen als autofocus in het donker moeite heeft?

Zoek het licht van een etalage of straatlantaarn en stel scherp op een plek waar dat licht valt. Controleer of de scherpte ligt waar je die wilt hebben. Houd bij een groot diafragma rekening met de kleinere scherptediepte: de ruimte waarbinnen iemand scherp wordt weergegeven, is dan kleiner.

5 onmisbare tips voor straatfotografie

Meld je aan voor Michiels nieuwsbrief en ontvang zijn gratis e-book met praktische tips en favoriete straatfoto’s. Eerst even je e-mailadres bevestigen via de link in de mail.

Je krijgt daarbij Michiels nieuwsbrief. Afmelden kan altijd.

Over Michiel Heijmans

Portret- en straatfotograaf. Boeken: Straatfotobijbel (Photofacts Publishing), The Observer (Uitgeverij KOMMA), De Wet van de Straat (met mr. Charlotte Meindersma). Columns voor Photofacts, voorheen voor Focus Magazine. Expert Perfecte Plaatje 2025. Lezingen voor CameraNu en fotoclubs. Podcast 30…

Bekijk het profiel van Michiel Heijmans
Techniek en stijl6 min lezen

Het beslissende moment in fotografie

Iemand loopt naar de lichte strook tussen twee gebouwen. Je hebt je compositie al gekozen, maar wanneer druk je af: bij de eerste stap in het licht, middenin…